KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

GEZONDHEIDSTIPS

ERVARINGEN EN INZICHTEN

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH



Excessief gewicht

Het gegeven dat in de huidige tijd ontzettend veel mensen kampen met een surplus aan lichaamsgewicht, lijkt zeer gemakkelijk te kunnen worden verklaard. De grote reden daartoe lijkt immers te zijn dat die mensen gewoon teveel eten. En jawel, in feite is dat ook wel zo! Maar van de andere kant, hoe kan het dan dat er ook vrij veel mensen zijn die geen last van overgewicht krijgen, ondanks het feit dat zij toch gewend zijn om overmatig veel te eten?

Wat de laatste categorie mensen betreft, zou kunnen worden gesteld dat die mensen over een inefficiënt, maar van de andere kant toch ook een goed werkend, stofwisselingssysteem beschikken. In tijden van overvloed is dat in feite het meest gewenste stofwisselingssysteem. De inefficiëntie van hun stofwisselingssysteem komt hen in zoverre ten goede dat zij niet gaan groeien. Immers datgene wat zij teveel aan voedsel binnenkrijgen, wordt er door hun lichaam zelf weer uitgewerkt. Hun lichaamsgewicht blijft daardoor constant. Zij kunnen eten wat zij willen, zonder ervan te gaan groeien. Een zeer gewenste evenwichtssituatie dus! Bij een inefficiënte stofwisseling verbrandt de voeding snel. En de kans om daarvan te gaan vervetten is dan relatief laag. In tegenstelling daartoe is de kans op vervetting dus relatief hoog bij een trage stofwisseling.

In sobere leefomstandigheden is het een abnormale situatie dat mensen, of in algemene zin dieren, geen lichaamsreserve kunnen gaan aanleggen door meer te eten dan zij nodig hebben voor hun dagelijkse functioneren? Kijkend naar egels zien wij bijvoorbeeld dat zij, voorafgaand aan de winter, veel voedsel verorberen. Door de vervetting die er daardoor in hun lichaam optreedt, zijn zij dan vervolgens in staat om de hele winterperiode door te komen, zonder voedsel te hoeven innemen. Hoewel zij daar wel bij geholpen worden door het feit dat zij in die periode ook nog eens in een toestand van winterslaap geraken. Zodat zij 's winters aldus genoeg hebben aan de voorraad voedselenergie die zij in de periode daaraan voorafgaand, in de vorm van vet, in hun lichaam hebben weten op te slaan.

Maar om ons tot de mens te beperken: Hoe zit het eigenlijk met de levensverwachting van mensen met overgewicht? Is het belang van het voorkómen van overgewicht niet in het bijzonder gelegen in het feit dat men met een normaal gewicht langer zal kunnen gaan leven? Dat lijkt een inkoppertje te zijn. Maar het sterfterisico is voor dikke mensen niet bepaald hoger dan dit voor de-niet-te-dikke-mensen is. Dit ondanks het feit dat er bij dikke mensen allerlei risicofactoren aanwezig zijn die tot een vervroegde dood zouden kunnen leiden. Deze gegevens lijken op het eerste gezicht strijdig met elkaar te zijn. Toch is dat feitelijk niet het geval. Want onder de-niet-te-dikke-mensen bevinden zich ook de te magere mensen. En het is bekend dat juist die categorie mensen betrekkelijk vroeg zullen kunnen komen te overlijden. Kortom: het sterfterisico ligt bij mensen die te mager zijn, hoger dan voor mensen die te dik zijn.

Wat de voedselinname betreft, bestaat er een zeer bekend adagium. Namelijk het volgende: "ieder pondje gaat door het mondje". Maar dit adagium gaat duidelijk niet op voor mensen met een normaal, of een te licht, gewicht. Bij hen wordt, door een inefficiënt stofwisselingssysteem, niet ieder pondje wat door het mondje naar binnenkomt, teruggevonden in een hoger lichaamsgewicht. Maar wat is er dan toch de oorzaak van dat de balans tussen van de ene kant de voedselopname en van de andere kant de voedseluitscheiding soms zodanig wijzigt dat het surplus aan voedsel niet door het lichaam wordt uitgescheiden, maar in grote tegenstelling daartoe wordt omgezet in lichaamsvet? Dat is, wat dit betreft, in ieder geval een erg belangrijke en een op de voorgrond tredende vraag.

Bij mensen waarbij het betreffende adagium wél lijkt op te gaan, lijkt er dan een verstoring in de uitscheiding van het surplus aan voedsel te zijn opgetreden. En wel in die zin, dat het teveel aan voedingsstoffen niet wordt uitgescheiden, maar als lichaamsvet wordt opgeslagen. Onder bepaalde omstandigheden is die verstoring overigens zeer gewenst (denk aan de dieren die een winterslaap plegen door te maken). Maar voor de huidige luxueus levende mensheid zal die verstoring meestentijds als zeer onwenselijk worden ervaren. De grote vraag is nu: welke feiten kunnen tot die, bij bepaalde mensen, zo ongewenste verstoring hebben bijgedragen? Hoe komt het toch dat die mensen door die verstoring, het voedsel wat zij in overvloedige mate binnenkrijgen, niet voor een relevant deel weer zijn gaan uitscheiden? Maar in tegenstelling daartoe in feite goed zijn gaan benutten?

De betere benutting van het binnengekomen voedsel is een zeer natuurlijke reactie op een periode van betrekkelijke schaarste in het voedselaanbod. Als dieren, en dus ook mensen, in omstandigheden leven waarin er sprake is van een tekort aan voedsel, zal het metabolisme van die dieren (en van die mensen) zich aan dat voedselgebrek gaan aanpassen. Een eventuele groeistilstand kan aldus uiteindelijk gaan leiden tot gewichtstoename. Hoe de aanpassing aan een eventueel voedselgebrek precies verloopt, is hier niet zozeer van belang. Maar het is duidelijk dat het deels een gevolg is van het zich ontwikkelen van andere bacterieculturen in het darmstelsel. In de darmen zijn heel veel verschillende bacteriesoorten aanwezig. En vanzelfsprekend gedijen die verschillende bacteriesoorten niet onder alle omstandigheden evengoed. Onder weelderige omstandigheden zal de ontwikkeling van heel andere bacteriesoorten worden bevoordeeld, dan onder veel meer schaarse omstandigheden het geval is. Natuurlijk doet dat verschijnsel zich niet alleen voor onder omstandigheden van een letterlijk voedseltekort, maar ook onder omstandigheden waarin het wél aanwezige voedsel niet optimaal wordt verteerd. Bijvoorbeeld onder omstandigheden waarin de vertering door het optreden van een bepaalde ziekte wordt belemmerd.

In het geval dat het menselijk lichaam met een tekort aan voedsel wordt geconfronteerd, is dat niet altijd een gevolg van een onopzettelijk tekort aan voedsel, maar soms ook van een welgekozen tekort aan voedsel. Bijvoorbeeld in het geval dat de betreffende persoon er voor heeft gekozen om op dieet te gaan. De keuze om op dieet te gaan is overigens veel minder onschuldig dan deze lijkt te zijn. Want als het volgen van een dieet wat al te stringent wordt doorgezet, kan dat leiden tot de psychische ziekte anorexia nervosa. Dit is een in potentie dodelijke ziekte. Een ander gevolg van het volgen van een dieet is de gewichtstoename die er na verloop van tijd door kan ontstaan. De stofwisseling raakt door het volgen van een dieet al gauw dermate uit balans, dat er daardoor in plaats van gewichtsafname, gewichtstoename plaatsvindt.

Een zeer belangrijke factor in het ontstaan van een excessieve vorm van gewichtstoename, zal men ook moeten gaan zoeken in de toediening van antibiotica aan mensen. Uit de veehouderij is het bekend geworden dat men aan landbouwhuisdieren die men wil gaan vetmesten, antibiotica moet gaan toedienen. De voerfabrikanten hebben daarom de usance ontwikkeld om daartoe antibiotica met het krachtvoer, wat zij voor de veehouders aan het bereiden zijn, te vermengen. Van deze truc werd op zeker moment in het jonge verleden vrij algemeen gebruik gemaakt. Ondertussen zijn er allicht de nodige restricties ingesteld, maar deze manier van werken heeft lang genoeg geduurd, om afdoend duidelijk te maken dat dit een zeer effectieve methode is om het betreffende vee veel meer te laten groeien. Voor de veehouders die van de inkomsten van de vetgemeste dieren afhankelijk waren, heeft deze manier van doen uiteraard geen windeieren gelegd. Aan mensen wordt ook zeer frequent antibiotica verstrekt. Vanzelfsprekend gebeurt dat niet om die mensen te gaan 'vetmesten', maar juist om hen van bepaalde ziektes en kwalen te doen verlossen. De bedoeling hiervan is uiteraard zeer filantropisch, maar het gevolg hiervan is later voor hen vaak veel minder wenselijk.

Bij het ontstaan van gewichtstoename, is er vaak ook sprake van een disbalans in de hormonen. Dat betekent dat de hormonenafgifte in het lichaam dan niet in de gewenste evenwichtstoestand verkeert. Die hormonale onbalans kan voor de gewichtstoename van primaire aard zijn, maar evengoed ook van secundaire aard. Wat dit laatste betreft zou men dan aan insuline en serotonine kunnen denken, of aan de verschillende groeihormonen. Het bovengenoemde effect van insuline op de gewichtstoename, komt door het verstorende effect hiervan op de stofwisseling. Tenminste voorzover de productie van insuline langdurend te hoog is. Het hierboven genoemde effect van het hormoon serotonine op de gewichtstoename, moet men vooral zoeken in de vorm van een ongezonde voedselinname bij de aanwezigheid van een tekort aan dit hormoon in de bloedbaan. En het effect van de groeihormonen op het gewicht is juist gelegen in het voorkómen van overgewicht. Wanneer er sprake is van een tekort aan groeihormonen, zal er zich dus gewichtstoename kunnen voordoen. In tegenstelling tot de secundaire aard van gewichtstoename zou men bij de primaire aard van gewichtstoename kunnen denken aan de symptomen van het Polycysteus-Ovarium Syndroom. Op één van de eierstokken is in die situatie sprake van de aanwezigheid van meerdere, en ook opvallend kleine, cysten. Bij eventuele palpatie voelt een dergelijke eierstok dan aan als een krans van kralen. De buitenproportionele hoeveelheid androgene hormonen die er in dat geval in de bloedbaan van het vrouwelijk individu vóórkomt, zal een zekere vorm van virilisatie tot gevolg hebben. Met gewichtstoename als opvallend uitvloeisel. Als oorzaak van overgewicht wordt ook wel op slaapgebrek gewezen. Iemand die over het algemeen slecht slaapt, zou als gevolg daarvan overgewicht ontwikkelen. Uit een meta-analyse die nog niet zo lang geleden is uitgevoerd, blijkt dat feitelijk niet juist te zijn. De achtergrond van de genoemde veronderstelling, dat slaapgebrek tot gewichtstoename leidt, is dat veel mensen die slecht slapen te dik blijken te zijn. De reden hiervoor is echter niet dat mensen dik worden doordat zij slecht slapen, maar wél dat zij vanwege hun corpulentie minder goed kunnen slapen. Een duidelijk verwisseling dus van oorzaak en gevolg.

Over de oorzaken van het feit dat sommige mensen in de loop van de tijd gaan uitdijen tot vrij corpulente mensen en andere mensen juist niet, leest u meer wanneer u daartoe op de link uitdijen van mensen klikt, óf op de link zwaarlijvigheid.

Vóór u besluit om een tip (die op deze website staat vermeld) te gaan opvolgen, dient u eerst de veiligheidsadviezen te lezen. Klik daarvoor op deze link.