KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

GEZONDHEIDSTIPS

ERVARINGEN EN INZICHTEN

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH



Diabetes mellitus type 2

Het woord diabetes duidt op de afscheiding van urine. En het woord mellitus duidt op de zoetigheid van honing. De term 'diabetes mellitus' betekent daarom zoiets als: 'zoete doorspoeling'. Men zou wat deze ziekte betreft kunnen bemerken dat de geur van de eigen urine, door een overschot aan glucose, als zoetig en/of fruitig moet worden beschouwd. Indien men de term diabetes gebruikt, bedoelt men daar de ziekte mee die in de volksmond 'suikerziekte' wordt genoemd. De naam suikerziekte komt voort uit het hoge gehalte aan glucose dat bij deze ziekte in de urine van een dergelijk patiënt wordt gevonden. Glucose is een vorm van suiker en het behoort scheikundig tot de koolhydraten. In de voedingsmiddelenindustrie noemt men suiker ook wel dextrose, ofwel druivensuiker. De aanduiding "type 2 die wordt vermeld bij de onderhavige, meest voorkomende vorm van suikerziekte, betekent dat men te maken heeft met de vorm van suikerziekte die voorheen bekend stond als ouderdomssuikerziekte. Dit in grote tegenstelling tot 'diabetes mellitus type 1'. Dat is de vorm van suikerziekte waarbij de diagnose vaak al op veel jongere leeftijd bij de patiënten wordt gesteld en die ook een andere oorzaak heeft. Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Dat betekent dat bij deze ziekte het afweersysteem zich vergist. Normaal ruimt het afweersysteem alleen ziektes op. Maar bij sommige mensen vernielt het afweersysteem bijvoorbeeld ook de cellen die insuline aanmaken in de alvleesklier. Dan heeft men te maken met diabetes mellitus type 1. Zonder de stof insuline kan men niet leven, want die regelt het niveau van glucose in het bloed. Maar de vorm van suikerziekte die als diabetes mellitus type 2 en dus als ouderdomssuikerziekte bekend staat, lijkt geen auto-immuunziekte te zijn, maar een ziekte die veeleer met de levenswijze van de betreffende persoon in verband staat.

Dat gegeven is gebaseerd op het feit dat de hieronder vermelde risicofactoren een belangrijke rol spelen bij het krijgen van deze ziekte. De kans dat men met deze ziekte wordt geconfronteerd is namelijk relatief groot indien men :

Iets wat bij het lezen van deze lijst van risicofactoren op het verkrijgen van suikerziekte meteen zal opvallen, is het feit dat het snoepen uit de suikerpot hierbij duidelijk niet wordt genoemd. Dat is bijzonder vreemd, zal men denken, bij een ziekte die duidelijk als 'suikerziekte' bekend staat. In feite zou men onbeperkt suikerhoudende etenswaren en/of dranken tot zich kunnen nemen, voorzover men niet het aantal grammen koolhydraten overschrijdt wat in de situatie waarin men verkeert als wenselijk wordt beschouwd. Suiker is een koolhydraat! Dus zijn, voor wat de consumptie van suiker betreft, de maximale normen voor inname van koolhydraten zonder enige restrictie van toepassing.

Maar het punt is, dat men door het consumeren van allerlei verschillende etenswaren (en dranken) uit de supermarkt reeds gauw de maximale grens voor de inname van koolhydraten zal overschrijden. Door in tegenstelling daartoe consequent de consumptie van suiker uit het eigen voedingspatroon te elimineren, maakt men het voor zichzelf gemakkelijker om die maximale grens voor de inname van koolhydraten niet te overschijden. En bovendien, in de voornoemde producten uit de supermarkt zitten ook relatief veel vetten. Die vetten dragen er, samen met de er in aanwezige koolhydraten, toe bij dat men door de consumptie hiervan veel extra calorieën binnenkrijgt. En dat is voor het beperken van het lichaamsgewicht, hetgeen zo van belang is voor het voorkómen van problemen met suikerziekte, weer geen goede zaak. Het vervelende met de beperking van de hoeveelheid koolhydraten die men binnenkrijgt, is ook het feit dat koolhydraten in veel etenswaren zitten waarmee men, zoals algemeen gebruikelijk is, de warme maaltijd samenstelt. Zoals in: rijst, aardappels; pastaproducten; couscous; bulgur; mais; zakjes gedroogde soep; enzovoort. Maar niet alleen in dit soort basisvoedsel zitten veel koolhydraten, maar ook in allerlei 'kant en klare' etenswaren, die men in de supermarkt aan de klanten aanbiedt. Daarbij valt te denken aan: brood; koek; koekjes; snoep; gebak; chips; worst, allerlei zoutjes en de kant-en-klare sauzen. Bovendien zitten er veel koolhydraten, in de vorm van allerlei suikers, in de dranken die voor consumptie in de winkel te koop worden aangeboden.

Iets wat bij het lezen van de bovenstaande lijst van risicofactoren voor het verkrijgen van diabetes mellitus type 2 ook opvalt, is dat de prevalentie van deze ziekte bij een aantal allochtone bevolkingsgroepen hoger is dan bij de mensen uit de groep van autochtone Nederlanders. Dat gesteld zijnde, is nog niet meteen duidelijk of dit verschil van congenitale aard is, of dat dit feit gestoeld is op variaties in leef- en/of voedingsgewoontes.

Eén van de hierboven genoemde risico's voor het verkrijgen van diabetes mellitus type 2 behelst het volgen van een vezelarm voedingspatroon. Mensen met een dergelijk voedingspatroon hebben een minder goede stofwisseling. Dat is zondermeer duidelijk, maar of dat blote feit op zich bijdraagt aan een verhoogde kans op diabetesproblemen is onduidelijk. Maar een punt wat zonder enige terughoudendheid wel van grote invloed lijkt te zijn, dat is het feit dat mensen met een vezelarm voedingspatroon doorgaans een grotere hoeveelheid voedsel tot zich nemen. Dit heeft te maken met het gegeven dat zij doorgaans minder gauw een punt van verzadiging zullen bereiken. En die grotere hoeveelheid voedsel zal op den duur tot een hoger lichaamsgewicht kunnen gaan leiden. Wat op zijn beurt weer positief gerelateerd is aan een verhoogde kans op het verkrijgen van diabetes mellitus type 2.

Wat het risico op het verkrijgen van diabetes mellitus type 2 betreft, zijn er ook geneesmiddelen die de kans op het verkrijgen van deze ziekte vergroten. Daarbij moet men bijvoorbeeld denken aan Prednison en aan bepaalde antipsychotica. Bij het gebruik van Prednison neemt de insulinebehoefte toe omdat:

Mensen met coeliakie hebben ook een grotere kans op diabetes. En dat is eveneens het geval bij vrouwen met het polycysteus-ovariumsyndroom (Bij vrouwen met een dergelijk vruchtbaarheidsprobleem, dat afgekort bekend staat als: 'PCOS', treft men een ovarium aan met meerdere kleine cystes. Er is dan sprake van een kransvormig ontaard ovarium). En verder komt diabetes vaker voor bij mensen met hemochromatose.

Diabetes heeft niet alleen een aantal directe gevolgen voor de gezondheid van de betreffende patiënt (zoals: de toegenomen frequentie van de gevallen waarin men aandrang krijgt om te gaan plassen; een veel frequenter aanwezig gevoel van vermoeidheid en de merkwaardige ervaring van gevallen waarin men duidelijk kortademig is, maar ook een flink aantal indirecte gevolgen. Wat deze indirecte gevolgen van diabetes betreft, gaat het bijvoorbeeld om neuropathische aandoeningen, hart- en vaatziekten, slechte wondgenezing, achteruitgang van respectievelijk: hersenen; nieren en ogen. Dat alles maakt reeds dat diabetes zonder enig voorbehoud als een ernstige ziekte moet worden beschouwd.

Om de kans op het verkrijgen van diabetes te verkleinen is het van groot belang om dagelijks voor voldoende lichaamsbeweging te zorgen. Lichaamsbeweging verkleint de kans op diabetes type 2. En als men eenmaal diabetes heeft, verkleint het de kans op vervelende lichamelijke gevolgen van de diabetes. Het beste is het om iedere dag minstens een half uur flink te bewegen, is het devies. Dat kan goed gerealiseerd worden door te gaan wandelen, of door te gaan fietsen. Maar niet iedereen is in staat om te wandelen, of te fietsen. Vooral niet de mensen die reeds de leeftijd van 'de ouder wordende mens' hebben bereikt. Ook de mensen die disabled zijn, zijn daar vaak niet toe in staat. Voor hen is het dus zoeken naar een mogelijkheid om ondanks hun lichamelijke beperkingen, toch nog voldoende lichaamsbeweging te verkrijgen. De meest voor de hand liggende wijze waarop men dat meestal nog wel kan doen, is door middel van een 'hometrainer'. Of door middel van een zogenaamde 'pedaaltrainer voor armen en benen'. Dat werkt op zich wel goed. Maar het grootste probleem daarmee is dat men een dergelijk apparaat na verloop van tijd niet meer zal gaan gebruiken. Dan raakt men al gauw in de ban van andere bezigheden. Als dat dan bezigheden zijn waarmee men genoeg lichaamsbeweging oploopt, is dat geen bezwaar, maar als dat niet zo is, zal men ondanks alles toch voor extra lichaamsbeweging moeten gaan zorgen. Diabetes moet men vooral niet gaan onderschatten. Men kan er na een 'hypo' zelfs van in 'coma' raken.

Vóór u besluit om een tip (die op deze website staat vermeld) te gaan opvolgen, dient u eerst de veiligheidsadviezen te lezen. Klik daarvoor op deze link.