KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

GEZONDHEIDSTIPS

ERVARINGEN EN INZICHTEN

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH

Bierbuiken

De bolle 'bierbuiken' van mannen wijken nogal af van het schoonheidsideaal van vrouwen. Dus doet zich de volgende vraag voor: 'waarom doen mannen niet hun uiterste best om te voorkómen dat ze een 'buikje' creëren? Namelijk door gewoon mínder bier te gaan drinken'. Dat is eenvoudig zou men denken. Want iedereen die bier drinkt kan ook minder bier gaan drinken. Dus daarmee zou het probleem dan zijn opgelost. Maar dat blijkt jammergenoeg niet echt te helpen. Bierbuiken hebben veeleer te maken met de geslachtshormonen testosteron en oestrogeen. Dat komt naar voren bij mensen die een geslachtsverandering ondergaan en die daartoe mannelijke hormonen innemen. Die mensen krijgen dan een heel ander figuur, namelijk een figuur met smallere heupen en een buikje. De vooral bij mannen voorkomende dikke, naar voren uitpuilende buik (zonder dat de rest van het lichaam noodzakelijkerwijs dik is) wordt over het algemeen als 'bierbuikje' betiteld. Zoals de naam al zegt, wordt door de meeste mensen aangenomen dat deze buik het gevolg is van veel bierdrinken. Maar dat zal slechts ten dele waar zijn. Eerder is de bierbuik het gevolg van aanleg én van minder goede eetgewoonten. Van de gewoonte bijvoorbeeld om altijd ál te stevig te gaan eten. Mannen bouwen ook nog eens heel makkelijk spieren op, wat hun corpulentie nog meer naar voren laat komen. Vrouwen hebben veel oestrogeen. Vanaf de puberteit slaan ze niet alleen meer vet op dan mannen, het komt ook op andere plekken terecht: namelijk op de heupen, de dijen en de billen. Vandaar de mooie rondingen van vrouwen. Het onderhuidse vet vormt een energievoorraad waaruit een vrouw put tijdens de zwangerschap en de borstvoeding.

Waar het testosteron-niveau bij mannen bij het ouder worden langzaam daalt, krijgen vrouwen in één keer de hormonenklap voor hun kiezen. Tijdens de overgang daalt de hoeveelheid oestrogeen bij vrouwen ineens enorm, waardoor het mannelijke hormoon testosteron bij vrouwen de overhand krijgt. Gevolg: het lichaam van vrouwen besluit de vetdistributie overhoop te gooien en een wat meer mannelijk vetpatroon aan te houden.

Mannen met minder testosteronafgifte ervaren volgens de onderzoekers doorgaans meer activiteit van het enzym lipoproteïnelipase. Dit enzym helpt om de bouwstenen in vetcellen (lipiden genaamd) te veranderen, waardoor bij mannen vetaanzetting in het gebied van hun buik zal gaan optreden (in het bloed bevinden de vetten zich in de lipoproteïnen). In het hele lichaam houden spieren de stofwisseling op gang en wel op een manier die het voor de gezondheid ongunstige viscerale vet bestrijdt (visceraal vet is het buikvet dat zich in de buikholte van mensen bevindt). Als men desondanks toch teveel visceraal vet heeft, wordt de buikwand naar buiten gedrukt. Hierdoor ziet de buik er opgeblazen en dik uit. Overtollig visceraal vet voert druk uit op de buikwand, maar ook op de organen waarmee het de buikholte moet delen (zoals op de lever, de maag, de darmen, en de nieren). Wat visceraal vet nog meer zo gevaarlijk maakt, is dat het de hormonen in het lichaam beïnvloedt. Visceraal vet maakt hormonen aan die de vetverbranding verstoren en ervoor kunnen zorgen dat men nog meer vet opslaat. Via die hormonen heeft buikvet zelfs invloed op hoe goed mensen zich voelen. Dat is allicht de achtergrond van het feit dat dikbuikige mensen vaak als olijke dikzakken worden beschouwd.

Het (bier)buikje hebben mannen niet alleen te danken aan een calorieënoverschot maar ook aan het feit dat hun lichaam graag daar (in de buik) zijn vet opslaat. Als het menselijk lichaam snel vet zal moeten opslaan, lijkt het vet op meerdere plaatsen in het lichaam terecht te komen. Zoals bij vrouwen het geval is. Maar overgewicht is veeleer een hormonale disbalans. Wanneer er genoeg glycose (uit suikers en andere koolhydraten) in het bloed blijft circuleren, zal het lichaam hier energie uit blijven halen en wordt het opgeslagen lichaamsvet niet 'aangesproken'. Wanneer dit over een lange tijd gebeurt wordt het lichaam wel steeds minder flexibel zij in het switchen tussen vet en glycogeen als energiebron. Als de glycogeen-voorraad (suiker-voorraad) continu wordt aangevuld en men vol zit door het eten van suiker en zetmeelrijke koolhydraten, gaat de insulinespiegel door aanmaak van insuline te vaak omhoog en bereikt het hoge niveaus waardoor het suiker zich omzet tot vet.

Vóór u besluit om een tip (die op deze website staat vermeld) te gaan opvolgen, dient u eerst de veiligheidsadviezen te lezen. Klik daarvoor op deze link.